In industrieel afvalwater zijn gehalogeneerde componenten één van de belangrijkste problemen. Milieuvergunningen beperken de toegelaten emissies van vervuilende componenten. Daarenboven betalen bedrijven heffingen op basis van het geloosde debiet en de samenstelling van het afvalwater. Er is dus nood zowel aan analysemethodes als aan waterzuiveringstechnieken.
Voor het bepalen van het gehalte aan gehalogeneerde componenten zijn er twee mogelijkheden: de uitstoot wordt ofwel vastgelegd voor één enkele component ofwel voor een groepsparameter. Bij een groepsparameter mag de som van alle componenten met een gezamenlijke eigenschap niet boven een bepaalde opgelegde waarde komen. De groepsparameter voor gehalogeneerde componenten zijn de adsorbeerbare gehalogeneerde verbindingen (AOX) en/of extraheerbare gehalogeneerde componenten (EOX).
Voor deze bepalingen is er binnen de onderzoeksgroep Lab4U van het departement IWT van de KHLim een toestel aangekocht met EFRO-steun. Het betreft een SphiNCX analyser met bijbehorende voorbereidingseenheden voor respectievelijk EOX en AOX.
Gehalogeneerde organische verbindingen komen voor in afvalwaters van diverse chemische en farmaceutische bedrijven, in afvalstromen van de wasserijsector die elk specifieke normen hebben voor gechloreerde solventen.
Gehalogeneerde organische componenten worden via een meertrapsvoorbehandeling selectief op actieve kool (AK) geadsorbeerd. De AK wordt verbrand in een gecontroleerde atmosfeer, de resulterende gasstroom wordt coulometrisch getitreerd.
De methode is toepasbaar op waters die minimum 10 microgram/liter gehalogeneerde organische componenten bevatten; het gehalte aan totaal opgeloste organische koolstof (DOC: dissolved organic carbon) moet lager zijn dan10 milligram/liter.
Deze methode bepaalt niet-vluchtige gehalogeneerde organische componenten die geëxtraheerd kunnen worden met petroleumether. Na een uitgebreide voorbehandeling worden de extracten in de oven verbrand en microcoulometrisch getitreerd.
De EOX-methode is toepasbaar voor de bepaling van het EOX-gehalte in watermonsters met een chloorgehalte groter dan 0,1 microgram/liter waaronder drinkwater, oppervlaktewater en afvalwater.
