Wat is het ?
Studenten krijgen in de laatste opleidingsfase (3BaO) de opdracht om in groepjes van 5 à 7 studenten een project te realiseren. Dit projectwerk maakt gebruik van reële thema’s. Er wordt samengewerkt met organisaties uit het werkveld. Deze fungeren als opdrachtgever. Bij het vormgeven aan zulk project dienen studenten zelfstandig, actief en samen te zoeken naar oplossingen voor het gestelde ‘probleem’ in de breedste zin van het woord. In deze context doen de studenten
ook in groep een internationale studie: zij gaan gedurende één week in het buitenland analoge projecten bestuderen en analyseren. Het werken in taakgerichte groepen vormt in deze context een belangrijke oefening. Vanuit de opleiding wordt er zowel een product- als een procesbegeleiding voorzien.
Alle projecten vanaf het academiejaar 2007-2008 zijn te bekijken op http://doks.khlim.be kies dept SAW
Wilt u zelf een project indienen. Zie daarvoor bovenaan deze website onder externen, kies SAW
Lees hier een kort verslagje van een jaarlijks terugkerende projectenmarkt van derdejaarsstudenten waar ze hun project voorstellen. Deze projectenmarkt vindt steeds plaats eind januari.
Op vrijdag 26 januari 2007 organiseerde het dept. SAW voor een 150 tal geïnteresseerden uit het werkveld en voor de medestudenten en docenten opnieuw een boeiende projectenbeurs. De belangstelling en interesse vanuit het werkveld was deze keer overweldigend en de reacties waren onverdeeld unaniem zeer positief. De studenten hadden er met zijn allen echt werk van gemaakt. 33 projectgroepen stelden in diverse werklokalen via tekst, beeld, uitgewerkte materialen, enz. hun afstudeerwerk voor, een studieproject waaraan ze ruim 4 maanden met veel enthousiasme, vaak met veel wroeten en zweten , met veel vallen en opstaan, en talrijke soms heftige groepsdiscussies aan gewerkt hadden.
Tot voor een vijftal jaren maakten de derdejaarsstudenten bachelor orthopedagogie nog een klassiek eindwerk. Sinds 2002 werd bewust gekozen om studenten in te schakelen in een wetenschappelijk onderbouwd dienstverleningsproject in de sectoren waarin ze later kunnen terechtkomen. In de derde opleidingsfase worden binnen het competentiegericht curriculum, voor dit opleidingsonderdeel drie competenties vooropgesteld : informatieverwerking, projectmatig werken en teamwerk.
Bij het vorm geven aan zo’n project, onder begeleiding van de opleiding en in samenwerking met het werkveld, krijgen studenten een verantwoordelijkheid toebedeeld in het zelfstandig en actief zoeken naar en het implementeren van een oplossing voor een gesteld ‘probleem’ binnen het werkveld in de breedste zin van het woord. Hierbij wordt zowel de bijdrage van de studentgroep als team alsook ieders individuele bijdrage belangrijk geacht en mee verrekend in een eindtotaal per student.
De opleiding verwacht dat studenten op het einde van hun opleiding in staat zijn om een orthopedagogisch probleem te analyseren in zijn relevante componenten, dat ze deze componenten op een kritische wijze toetsen aan actuele en relevantie theorieën en dat ze dit weer tot een verantwoorde synthese brengen. Het is dus belangrijk dat studenten onder eigen verantwoordelijkheid, zelfstandig en actief zoeken naar oplossingen voor praktijkrelevante problemen. Het departement koos projectwerking, waarbij het leren en werken in groep centraal staat, als een geschikte didactische werkvorm met een enorme meerwaarde voor het leerproces.
Voorzieningen kunnen zelf een projectvoorstel indienen : het gaat dan om een thema dat soms al jaren in de kast ligt en niet uitgevoerd kan worden omwille van gebrek aan mankracht, kennis of mogelijkheden.. Indien het project voldoet aan de criteria die het departement vooropstelt, gaan de studenten in groepjes van 4 tot 6 personen aan de slag. Ook het departement zelf voorziet elk jaar in een aantal relevante wetenschappelijke onderzoeksprojecten die wel steeds een praktijkrelevante basis hebben. De begeleiding gebeurt door de indiener van het project uit de voorziening zelf, door een projectbegeleider van de opleiding die vooral het proces bewaakt en een theoretisch begeleider die het inhoudelijk en wetenschappelijk niveau stuurt.
We doen een willekeurige exemplarische greep uit de diversie thema’s die zo afgelopen academiejaar aan bod kwamen : Voor VZW De Waaiburg, afdeling ’t Spoor vertaalde een projectgroep studenten bestaande modellen i.v.m. doe-hulpverlening naar het alledaagse leven van de jongeren, zodat deze praktisch toepasbaar worden voor jongeren in de bijzondere jeugdzorg.
Een andere groep ging voor Huize Levensruimte op zoek naar de persoonlijke en professionele grenzen in het omgaan met agressie en organiseerde groepssessies met de jongeren en hun begeleiders. Centrale vragen hierbij waren : hoe beleven jongeren agressie-incidenten in de leefgroep, waar ligt hun persoonlijke grens ten opzichte van die van begeleiders, het team, enz.
Een tweede groep ging aan de slag voor het verkennen en in kaart brengen van verschillende vernieuwende initiatieven rond agressie en bracht enkele voorbeelden van good-practice in kaart. Voor Oostrem vzw maakten studenten een literatuurlijst op maat van de gebruikers, namelijk volwassenen met een handicap gegroepeerd rond specifieke thema’s. Een andere groep maakte voor deze voorziening een vacaturebank aangepast aan personen met een mentale handicap.
Voor het Koninklijk Instituut Woluwe ontwikkelden studenten een model van individueel begeleiderschap voor jongeren met ASS en/of een visuele handicap. Een preventiepakket ontwerpen tegen middelenmisbruik voor 11-12-13-jarigen met een licht mentale handicap en/of leer- en gedragsproblemen voor OC St.-Ferdinand was dan weer een opdracht voor een andere groep studenten.
Voor de Waaiburg, dagcentrum voor integrale gezinsbegeleiding Jan Rap maakten studenten een Spelotheek waarbij de verschillende leerfuncties van kinderen op cognitief, affectief en relationeel vlak benadrukt werden. Voor OPVT Ter Bosch deden studenten een tevredenheidsonderzoek bij de bewoners. Voor Ave Regina onderzochten studenten mits een vragenlijst het veiligheids- en onveiligheidsgevoel van kinderen met gedrags- en emotionele problemen. Weer andere studenten produceerden diverse educatieve pakketten om met jongeren in bijzondere jeugdzorginstellingen en andere jongerendiensten te werken rond het thema cyberpesten, alsook leerkrachten, opvoeders en begeleiders te informeren rond de gevaren. Naast deze voorbeelden waren er nog tientallen andere boeiende projecten.
“Dit was echt leren in de praktijk”, getuigde een enthousiaste studente na afloop van het project. “In het begin geraakten we moeilijk op gang, we wisten niet goed waar beginnen, maar door het werken in groep werden we verplicht vooruit te kijken. De voorziening ondersteunde ons enorm en vanuit de school werden we continu op de hielen gezeten. Door het werken in groep werden dingen voortdurend in vraag gesteld. We waren heel kritisch voor elkaar. Als een tekst die iemand schreef niet goed was, durfden we dat ook zeggen. Het botste regelmatig en er vielen zelfs harde woorden. Dat maakte dat de werkdruk erg hoog lag en de sfeer soms gespannen. Maar door deze gedreven samenwerking en de voortdurende zelfkritiek is het eindproduct echt iets waar we heel fier op zijn. Dit moeilijke groepsproces was nodig om de kwaliteit alsmaar te verbeteren. Uiteindelijk was het zeker de moeite waard om dit moeilijke leer- en groepsproces te doorworstelen. Vanuit de voorziening kregen we achteraf oprechte felicitaties. Het gaf een goed gevoel dat ons eindproduct kon bijdragen tot een verbetering in de praktijk zelf.” Wie vanuit een voorziening of organisatie interesse heeft om een project voor studenten in te dienen, neemt best contact op met Ann Cox ann.cox@khlim.be
Gerard Gielen