Orthopedagogie (opvoed(st)er-begeleid(st)er klasse 1)

AfdrukkenDownload PDF

Een studie kiezen die je aanspreekt is belangrijk voor je toekomst. Voel je iets voor een job in de sociale sector, residentieel of ambulant? Of trekt werken met kinderen, jongeren, volwassenen of bejaarden je aan?
Bachelor in de orthopedagogie biedt je de kans!
In de opleiding staat de (ortho)pedagogische kwaliteit en de ontwikkeling van je eigen persoonlijkheid centraal.
Als student volg je jouw persoonlijke leerroute onder begeleiding van de docent.
Je krijgt de kans om te groeien in zelfwerkzaamheid en zelfverantwoordelijkheid.
Vanaf het eerste jaar van je studies maak je geleidelijk aan kennis met de praktijk in het reële werkveld. Het zwaartepunt van je stage ligt in de derde opleidingsfase.
Deze opleiding hecht daarenboven veel belang aan het menselijke en sociale aspect in de vorming en dit vanuit een christelijke inspiratie.
De lessen en onderwijsactiviteiten van de opleiding bachelor in de orthopedagogie gaan door op de vernieuwde campus Oude Luikerbaan tussen 8:30 en 18:00.

De opleiding tot "Bachelor in de Orthopedagogie" behoort tot het studiegebied sociaal-agogisch werk en omvat één cyclus, d.w.z. drie jaren, met volledig leerplan. Ze richt zich tot studenten die een beroepsgerichte opleiding verkiezen boven een wetenschappelijke (universitaire) vorming.

Profiel van de opvoeder

Als wij het profiel van de opvoeder/begeleider willen omschrijven vertrekken we vanuit de verantwoordelijkheid en maken wij een opsplitsing in een viertal functies:

De orthopedagogische functie; hier stelt zich de verantwoordelijkheid tegenover de cliënt. Centraal staat hier de zorgvraag die de cliënt stelt en het antwoord dat de opvoeder/begeleider hierop dient te geven. Echte professionaliteit kenmerkt zich door het analyseren van de begeleidingsvragen en het methodisch aanpassen van de eigen handelwijze al naargelang de vraagstelling.

De zelfhanteringsfunctie: hier valt de verantwoordelijkheid voor een evenwichtige verhouding tot zichzelf op. Een opvoeder/begeleider gebruikt zijn persoonlijkheid als voornaamste medium. Het hanteren van de eigen persoonlijkheid is ook een emotioneel gebeuren. Pas vanuit een zekere mate van zelfbewustzijn wordt zelfhantering mogelijk.

De samenwerkingsfunctie: in deze functie is de verantwoordelijkheid van de opvoeder als lid van een team aangegeven. Vanuit organisatorisch maar ook vanuit ortho(ped)agogisch oogpunt is hulpverlening een groepsgebeuren van professionelen De inbreng van meerdere hulpverleners is nodig voor een betere zorgverlening. Deze inbreng is tevens complementair.

De beleidsfunctie: in deze functie is de verantwoordelijkheid naar de organisatie en naar de samenleving van belang. De opdracht van de opvoeder is immers steeds geïntegreerd in een organisatie die de middelen creëert waarbinnen de orthopedagogische hulpverlening kan gebeuren. Deze verantwoordelijkheid bestaat erin een reële bijdrage te leveren tot de verbetering van de kwaliteit van de organisatie en van de samenleving.

Leerroute van de student

De leerroute die de student doorloopt tijdens de drie-jarige opleiding is een opdracht waarvoor student en docent gezamenlijk verantwoordelijk zijn, met als hoofddoelstelling de toenemende zelfstandigheid van de student. De opleiding bachelor in de orthopedagogie verloopt in de KHLim over drie opleidingsfasen.

In de 1ste opleidingsfase staat het geleid leren centraal. Dit wil zeggen dat de docent de student sterk zal leiden in het leerproces en de inhouden nog sterk zal bepalen. Er wordt gestreefd naar het realiseren van de competenties van de student. Competenties zijn bekwaamheden en vormen een geheel van kennis, vaardigheden, attitudes en aspecten van het professioneel functioneren die noodzakelijk zijn in dit beroep.

In de 2de fase ligt het accent op het opdracht gestuurd onderwijs of OGO. Dit is een onderwijsvorm gericht op geleide zelfstudie. In dit onderwijssysteem blijft het contact tussen docent en student essentieel, maar wordt er ook voldoende tijd vrijgemaakt voor de zelfstudie van de student. Concreet betekent dit dat in de hoorcolleges, aan een grote groep studenten, een inleiding wordt gegeven. De verwerking van de inhoud doet de student zelfstandig op basis van de zelfstudieopdrachten. In de werkcolleges, in kleine groep, wordt dit dan besproken en nagegaan of de student via de zelfstudie en zelfwerkzaamheid de leerinhoud heeft verwerkt en zichzelf heeft eigen gemaakt.  De student krijgt daarvoor de beschikking over werkboeken waar alle te verwerven leerstof en competenties neergeschreven staan.

In de 3 fase wordt de zelfstandigheid het grootst. Een groot deel van de laatste fase wordt in beslag genomen door beroepspraktijk in het werkveld zelf. Daarnaast maakt de student in een groep een afstudeerproject i.f.v. een concrete vraag uit het werkveld. De student kiest ook i.f.v. zijn interesse uit enkele bijzondere orthopedagogische vraagstukken. Er gebeurt ook informatieuitwisseling via een digitale leeromgeving. Het zelfstandig leren staat centraal. In de derde fase is ook een internationaal studieproject voorzien.

In alle opleidingsonderdelen wordt voortdurend de wisselwerking tussen theorie en praktijk bewaakt. Kennis wordt gelinkt aan concrete en voor de praktijk bruikbare vaardigheden. 

Hoeveel verdient een opvoed(st)er. Lees hier een interview met een opvoedster in Jobat over haar verdiensten als opvoed(st)er en vergelijk met verpleegkunde, airhostess, leraar, enz. (25/11/2009)

Klik hier voor de brochure academiejaar 2012-2013

Orthopedagogie (opvoed(st)er-begeleid(st)er klasse 1) in beeld