Hoe kan een leerkracht/docent in de klas voldoende taalondersteuning bieden waardoor alle leerlingen/studenten de kansen krijgen die ze verdienen? In welke mate verschilt het onderwijs voor leerlingen/studenten die in een andere moedertaal dan het Nederlands werden opgevoed van het onderwijs voor taalzwakke leerlingen/studenten? Wat is het verschil tussen moedertaalverwerving, tweedetaalverwerving, vreemdetaalverwerving, Nederlands als tweede taal (NT2) en meertaligheid? Is er een verschil in didactiek, hebben tweedetaalverwervers een ander soort onderwijs nodig?
Een taalbeleid maakt geen onderscheid tussen autochtone en allochtone leerlingen/studenten omwille van het belang hiervan voor studiesucces van iedereen, maar vraagt wel een specifieke aanpak en ondersteuning.